Hieronder vindt u een totaal overzicht een aantal eigen documenten en van oude documenten die in het Regionaal Archief Alkmaar aanwezig zijn. Sommige onderdelen hiervan zijn aan te klikken en door te lezen.

De documenten over de Starnmeer bestaan slechts in originele vorm, er zijn dus nog geen digitale kopieën, laat staan tot tekst teruggebrachte digitale documenten. Mijn doel is om dit in de toekomst 1 voor 1 wel digitaal beschikbaar te maken, aangezien de bronnen boordevol informatie staan.

-Tip- als u zoekt naar een specifiek onderwerp, dan kan de grote hoeveelheid van onderdelen per hoofdstuk een uitdaging zijn. Het kan dan handig zijn om een hoofdstuk hieronder te openen, en met de Control+F functie op uw computer gericht te zoeken.

Beschrijving van het archief

Titel van het archief
Archief van het waterschap De Starnmeer en Kamerhop

Fysieke beschrijving
5.6 meter – 549 inventarisnummers

Instelling
Regionaal archief Alkmaar

Archiefvormers
Waterschap De Starnmeer en Kamerhop, 1631-1976

INHOUD EN STRUCTUUR

Geschiedenis

De Starnmeer en de Kamerhop – kortweg de Starnmeer 1) – is een van de vele droogmakerijen van het land boven het IJ die in het begin van de 17e eeuw zijn drooggelegd. Het meer grensde ten Noorden aan het Schermereiland – de huidige Eilandspolder ten Oosten aan de Beemster en de tegenwoordige polder Wormer, Jisp en Neck, ten Zuiden en ten Westen aan de Wouden en de Krommeniër Woudpolder. De plannen voor de drooglegging van dit meer zijn van de hand van Leechwater, waarvan enkele ons in de originali zijn overgeleverd, zoals de ontwerpen voor de ringsloten en -dijken, de berekeningen daarvoor en een bestek voor de molens die het meer moesten droogmalen.2) Hoewel er voor het octrooi van bedijking meerdere gegadigden waren is dit uiteindelijk op naam van de regenten van de Rijp gesteld. Waarschijnlijk omdat hun beweegredenen tot de bedijking van de Starnmeer het vinden van middelen tot vergroting en onderhoud van kerk, predikant pastorie en armen- bij de Staten van Holland het meest gehoor vonden. Verkregen de regenten van de Rijp het octrooi in 1632, tien jaar later kon men pas beginnen met droogmalen. 3) Niet alleen waren er in deze periode vele moeilijkheden met de stad Alkmaar en het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen van Kennemerland en Westfriesland, ook het karakter van de onderneming veranderde ten gevolge van deze geschillen. Immers, de eisen die vooral Alkmaar stelde ten aanzien van de Waterstaatswerken in verband met de bedijking van de Schermeer waarin zij voor een zeer groot deel participeerde, waren zo hoog, dat de regenten het in 1638 niet meer konden bolwerken en af moesten haken. Gelukkig hebben toen de steden Hoorn, Enkhuizen, Purmerend en enkele financieel draagkrachtige kooplieden uit Amsterdamaandeelhouders in de toekomstige gronden van de Starnmeer- de onderneming, waarvan al zoveel ten koste was gelegd, voortgezet. Het oorspronkelijke doel werd echter niet bereikt en ook de zo hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de kwaliteit van de grond en het profijt ervan deden de hele onderneming op een bittere teleurstelling uitdraaien. Het bestuur werd aanvankelijk gevormd door een dijkgraaf, zes heemraden en hoofdingelanden. Dijkgraaf en heemraden vormden het dagelijks bestuur. Hoewel zij sinds 1633 reeds als zodanig optraden, was er in het bedijkings-octrooi over hun bevoegdheid niets geregeld. Hierdoor ontstonden er moeilijkheden met de overige regenten van de Rijp die hen hun rechtsbevoegdheid in waterstaatszaken betwistten. Zij richten zich daarom tot de Staten van Holland, die in 1639 niet alleen deze zaak, maar ook de verkiezing van de dijkgraaf bij aanvulling op het octrooi regelden. 5) En hiermee waren zij een zelfstandige college geworden, onafhankelijk van de vroedschap van de Rijp. In de loop der tijd zijn de aantallen van heemraden en hoofdingelanden nogal eens veranderd. De laatste keer, in 1864, bracht het Bijzonder Reglement voor de Starnmeer en Kamerhop het aantal heemraden op twee, dat van de hoofdingelanden op acht, waaronder twee heemraden. De heemraden werden gekozen voor zes jaar, de hoofdingelanden voor vier. Degenene die ophield hoofdingeland te zijn, moest tevens als heemraad afstand doen van zijn functie. Trad de heemraad als hoofdingeland af en werd hij herkozen, dan bleef heemraad totdat hij als zodanig moest aftreden. Stemgerechtigd was men als men één bunder land bezat. 7) In 1876 meenden de ingelanden van het Kamerhop zich te moeten afscheiden van de rest van de Starnmeer tengevolge van de hoge polderlasten, veroorzaakt door de stichting van een stoomgemaal in de Starnmeer waar het Kamerhop niets aan had. De berekeningen wezen echter uit dat in geval van afscheiding de polderlasten nog veel hoger zouden worden en men zag hier dus vanaf. 8) De Starnmeer en Kamerhop zijn per 1 januari 1977 opgeheven in het kader van “Lange Rond”, een van de acht grote waterschappen waarin men deze provincie tenslotte wil verdelen. Wat de ambtenaren betreft, beschikte het college in de beginjaren over een secretaris en een penningmeester. Toen deze eerste penningmeester, Pieter Menten, ontslagen werd wegens financiele malversaties, werd deze taak aan de secretaris opgedragen. Sinds die tijd is er tot de opheffing van het waterschap in 1977 altijd een secretaris-penningmeester geweest. Deze penningmeester legde elk jaar, op de rekendag, verantwoording af voor zijn financieel beleid aan het voltallige bestuur. Vervolgens werd de omslag vastgesteld en werden er zonodig verkiezingen gehouden. Deze en andere vergaderingen werden op het stadhuis in de Rijp gehouden daar het college geen eigen vergaderplaats had. Hiet hield de penningmeester ook zitdagen, want blijkens een resolutie moest men de omslag op eigen kosten in de Rijp komen betalen. 9) Omstreeks 1782 kwam het college bijeen in de Starnmeer, in het huis van zekere weduwe Nooy, die na het overlijden van haar man het veer Laanweg-Oosterbuurt pachtte. Wegens bouwvalligheid van het huis kochten dijkgraaf en heemraden dit in 1785 om het af te breken en er een nieuw neer te zetten. 10) Sinds 1976 vergaderde het college hier definitief. Het huis- het Heerenhuis genaamd- werd aan de weduwe en haar nakomelingen verpacht in combinatie met het bovengenoemde veer. Naast deze secretaris-penningmeester, in 1649 aangesteld op verzoek van de ingelanden om beter toezicht op de molenaars te kunnen houden. Naderhand, in 1699, kregen ze er de taak van hooischatter en steker bij. De taak van het college bestond in het onderhoud van en toezicht op de waterstaatswerken om en in de Starnmeer, waaronder het onderhoud van de ringsloten. De ringsloten maakten deel uit van de Schermerboezem en waren als zodanig onderworpen aan het toezicht van dijkgraaf en hoogheemraden van Uitwaterende Sluizen van Kennemerland en Westfriesland, waartoe dit college een maal per jaar schouw voerde. Dijkgraaf en heemraden van de Starnmeer werden geacht mee te gaan op deze inspectietocht. Na afloop hiervan werd er dan met de heren van het hoogheemraadschap in de Starnmeer zeer copieus gegeten, zoals ons een instructie voor die schouw maaltijd toont. 10) De Zuidelijke Eilandsdijk – de Noordelijkste Noorderring dijk-, volgens contract van 1638 eveneens in onderhoud bij de Starnmeer, was onderworpen aan de schouw van schout en schepenen van Graft, de Rijp en ZuidSchermer, zoals ook de Oostelijke dijk van het Kamerhop die dat van oudsher al geweest was. Binnen de ringdijken bestond een groot deel van de zorg in het onderhoud van de zeven watermolens, die successievelijk alle verdwenen zijn, de laatste Twee rond 1922 tengevolge van de stichting van een electrisch gemaal. 12) Naast hun rechtelijke taak in de dijkzaken bezat het college sinds 1658 ook voluntaire jurisdictie die zij tot 1811 hebben uitgeoefend. Ook werden zij belast met het heffen van oorlogslasten en landsbelastingen en bezaten zij de verpachting van het jacht-, vis- en veerrecht. Het octrooi voor dit laatste recht, daterend van 1645, gold voor drie veren, nl. een veer op Oost-Knollendam, een van het Kamerhop op de Beemster en een veer van de Starnmeer op het Kamerhop. Ook de veren verdwenen, de een na de ander. Het laatste veer, dat van de Starnmeer op het Kamerhop, omstreeks 1969 door een ongeluk tot zinken en is sindsdien niet meer in de vaart gebracht. 13) Militaire betekenis heeft de Starnmeer gehad als onderdeel van de stelling Amsterdam, aangelegd in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw. In de tweede wereldoorlog is de polder twee keer geïnundeerd geweest, in 1940 en 1944. 14)

Lotgevallen van het archief

Vermoedelijk heeft het archief totdat het college een eigen huis had, bij de secretarispenningmeester berust. Een resolutie om de secretaris-penningmeester iets extra’s te geven voor zijn goede zorgen voor o.a. het archief tijdens een brand wijst in die richting: “Item isde penningmeester op zijn versoeck bij request toegestaan 10 dukatons van de Starnmeer te moge geniete over de vygelantheyt van de zalveringh der Starnmeergelden en boecken uyt dien brant die naest zynent yut de gortery is ontstaan, dat ick zelven aengesien heb, over zuickx met waerheyt onbekommert magh zegge voorgevallen in ’t jaer 1674”. 15) Vervolgens heeft men in 1688 besloten een inventaris te maken, maar deze is helaas niet overgeleverd. 16) Mogelijk is het grootste deel van het archief naderhand in het Herenhuis bewaard en het lopend gedeelte bij de secretaris thuis. In elk geval werd een dergelijke toestand in 1931 daar aangetroffen. 17) In de jaren 1931-1932 is het archief evenals veel andere polderarchieven op het Rijksarchief in Haarlem door van Es geinventariseerd. 18) In verband met de oorlogse handelingen heeft men in 1941 een archiefkluis in het Herenhuis laten maken. 19)

Structuur en bewerking

Zoals veel oude archieven bestond ook dit archief uit enerzijds verschillende series en anderzijds een aantal zaaksgewijs geordende stukken en losse stukken. Een oude orde was niet te ontdekken. De ordening waarin het archief werd aangetroffen was aangebracht door G. van Es commies op het Rijksarchief in Noord-Holland. Hoewel hij eigenlijk alleen maar een inventarislijst maakte, zijn zijn verdiensten voor dit archief en de vele andere die hij onderhanden nam van onschatbare waarde. Op deze manier nl. werd veel bewaard wat anders misschien verloren zou zijn gegaan. De series van algemene aard, resoluties, notulen en – behoudens enkele uitzonderingen- de gezegelde acten met de reperoires daarop heb ik ondergebracht in de z.g. generalia-afdeling van het archief. De zaaksgewijze geordende en losse stukken zijn met de series betreffende bijzondere onderwerpen, zoals rekeningen, kohieren etc. bepaald door taken en inrichting van bestuur, in de specialiaafdeling geordend. Daar er, zoals reeds gezegd, geen oude orde bestond, heb ik van de ingekomen en minuten van uitgaande stukken ook zoveel mogelijk dossiers gevormd. Op deze manier is de toch nog aanmerkelijke hoeveelheid van deze stukken die overbleef eenigszins te overzien. De aankopen van land en attestaties van het onbezwaard zijn van dat land ten behoeve van de dijkage, waarvan met series had gemaakt, zijn omwille van de overzichtelijkheid regionaal geordend. Aanbestedingen van werken die na de bedijkingsperiode zijn uitgevoerd, maar een uitvloeisel zijn van overeenkomsten, gesloten in verband met de bedijking heb ik onder het hoofdstuk bedijking geplaatst. Het archief is openbaar, met uitzondering van enkele stukken waarvoor een openbaarheidsbeperking van 75 jaar geldt.

Noten.

1). In deze inventaris is het begrip “Starnmeer” gebruikt voor beide polderdelen, Starnmeer en Kamerhop. Waar dat niet zo is, blijkt dat duidelijk uit de beschrijving van de stukken. De Starnmeer en Kamerhop zijn waterstaatskundig gescheiden door het graven van de Noorderringsloot in 1638. Bestuurlijk vormden zij wel een geheel. Voor de allervroegste geschiedenis van de droogmakerij zie mijn inventaris archief van de Rijp, nr.9.

2). Inventaris archief Starnmeer en Kamerhop, nr. 260-265-279.

3). Inventaris archief Starnmeer en Kamerhop, nr. 1,fol. 60.

4). Zie bijlage nummer, I-II-III-V en VI.

5). Inventaris archief Starnmeer en Kamerhop, nr. 214- 219,221-225.

6). Zie bijlage Blad, 1864, nr. 32.

7). Provinciaal Blad, 1864, nr. 32

8). Inventaris archief Starnmeer en Kamerhop, nr. 34

9). Idem nr. 1, fol. 73.

10). Idem nr. 93.

11). Idem nr. 318.

12). Idem nr. 451.

13). Idem nr. 495 en 496.

14). Idem nr. 376 en 368.

15). Idem nr. 1, fol. 142.

16). Idem nr. 164.

17). Idem nr. 109

18). Idem nr. 111.

19). Idem nr. 113.

BESCHRIJVING VAN DE ONDERLIGGENDE COMPONENTEN

I STUKKEN VAN ALGEMENE AARD

I.A RESOLUTIES EN NOTULEN - stukken 1 - 12
  • 1 – 1636 – apr  –  Bekijk PDF
  • 2 – jun 1752 – 1811 – 1752 – 1811 
  •  3 1812 – mei
  •  4 jun 1828-1856 1828-1856
  •  5 1857 -nov 1869 1857
  •  6 dec. 1869 -nov 1869N.B. nr 1 bevat een alfabetische zakindex en aantekeningen betreffende aangegane leningen met de renten daarover alsmede aantekeningen over uitgeven aan de “heymeesters” en de inkomsten van aardhaling en van pacht van land.
  •  7 dec 1887 – 1909 ; 1887 – 1909
  •  8 1910 – nov 1924 ; 1910 – nov
  •  9 dec 1924 – feb 1940 1924 – feb
  • 10 mrt 1940 – okt 1946 1940 – okt
  • 11 okt 1946 – jun 1957 1946 – jun
  • 12 sep 1957 – mei 1976 1957 – mei
I.B INGEKOMEN EN MINUTEN VAN UITGAANDE STUKKEN - stukken 13 - 21
  • 13-14 Ingekomen en minuten en uitgaande stukken. 1683-1971.
    • 13 1683-1915
      Depot 11 – 6 – B – 8
    • 14 1916-1971
      Depot 11 – 6 – B – 8
  • 15-20 Register van ingekomen en uitgaande stukken. 1807-1934.
    • 15  1823
      Depot 11 – 6 – B – 8
    • 16  sep 1885
      Depot 11 – 6 – B – 8
    • 17  jul 1909
      Depot 11 – 6 – B – 8
    • 18  aug 1917
      Depot 11 – 6 – B – 8
    • 19  mrt 1921 – mei 1927
      Depot 11 – 6 – B – 8
    • 20  jul 1931 – aug 1934
      Depot 11 – 6 – B – 8
      N.B.nr. 16 bevat bemalingsstaten van 1909-1940 en een verslag van de inundatie van 1940; op nr. 20 is een alfabetische index.
  • 21 Register van uitgaande stukken. nov 1916 – apr 1923.
    Depot 11 – 6 – B – 8
 
I.C OVERIGE STUKKEN VAN ALGEMENE AARD - stukken 22 - 26
  •  22 “Contractboeck”. Register van acten van overeenkomsten tussen de Starnmeer en Kamerhop enerzijds en diversen personen en instellingen anderzijds.
    1632-1912.
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 23  Register van acten van overeenkomst tussen de Starnmeer en Kamerhop enerzijds en diverse personen en instellingen anderzijds.
    1640-1720, z.d. (ca. 19e eeuw).
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 24  Stukken betreffende de ordonnatie op de gezegelde acten met repertoires daarop.
    1805-1806-1810-1816. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 25  Acten van verhuur, verpachting, uitgifte in erfpacht, verkoop, aanbesteding en benoeming.
    1816-1883. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 26  Repertoires op de acten van verhuur, verpachting, uitgifte in erfpacht, verkoop, aanbesteding en benoeming.
    1816-1869. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8

     
     
     
  •  

II STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN

 

II.A BESTUURSINRICHTING - stukken 27 - 33

II.A.1 OCTROOI

  • 27  Request van Pompeius de Rovere, heer van Hardinxveld, aan het Hof van Holland tot dagvaarding (request om mandement) van de regenten van de Rijp wegens een tussen hen ontstaan geschil inzake de verlening van het octrooi voor de bedijking van de Starnmeer.
    1631 met deurwaarderexploit. Gelijktijdig authentiek afschrift. 1 stuk
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 28  Proces-verbaal van overeenkomsten tussen de regenten van de Rijp enerzijds en Pompeius de Rovers en de baljuw van der Nieuwstadt over de hoeveelheid land die die van Graft en de voornoemde baljuw met zijn medestanders in de Starnmeer zullen mogen bezitten als compensatie voor het niet verkrijgen van het octrooi van bedijking van de Starnmeer.
    z.d. (c.a.1634). Authentiek afschrift,
    1634. 1 stuk
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 29  Brief van Aris Dircksen, heemraad, aan Jacob van der Nieuwstadt betreffende het geschil tussen laatstgenoemde en dijkgraaf en heemraden over het aandeel van Jacob van der Nieuwstadt in de grond van de Starnmeer als compensatie voor het niet verkrijgen van het octrooi van bedijking van de Starnmeer.
    1638. 1 stuk
    Depot 11 – 6 – B – 8
  • 30 Octrooi van bedijking voor de Starnmeer, 1632, met aanvulling daarop, 1639 en kavelcondities, 1643. eenvoudige en authentieke afschriften.
    1679, z.d. (c.a. 18e eeuw), 1850. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8

II.A.2 ALGEMEEN POLDERREGLEMENT

  • 31 Algemeen polderreglement, concept, 1849 alsmede wijzigingen van het reglement van 1854 met stukken daarop betrekking hebbende.
    1949, 1962. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8

II.A.3 BIJZONDER REGLEMENT

  • 32 Bijzonder reglement met wijzigingen en stukken betreffende die wijzigingen.
    1863-1907, 1932-1933. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8.

     

II.A.4 AFSCHEIDING STARNMEER EN KAMERHOP

  • 33 Stukken betreffende de overwogen en afscheiding van het kamerhop van de Starnmeer.
    1876. 1 omslag
    Depot 11 – 6 – B – 8

II.B BESTUURSFUNCTIES - stukken 34 - 61

N.B. Zie ook: nr. 25

  • 34  Missiven van de Gecommitteerde Raden van Westfriesland en het Noorderkwartier betreffende het doen van opgaven van de verschillende ambten in de polder met hun salarissen en emolumenten.
    1749. gedrukt. 1 omslag
  • 35  Stukken betreffende het doen van de eed op het erfstadhouderschap door dijkgraaf, heemraden, penningmeester en poldermeesters.
    1788. 1 omslag
  • 36  Missive van de landdrost van het departement van Amstelland aan dijkgraaf en heemraden inzake het afleggen van de eed aan de keizer door het bestuur.
    1795, 1801. 1 omslag
  • 37  Roosters van aftreding van het bestuur en stukken betrekking hebbende op die roosters van aftreding.
    1905, 1908, 1923, 1937, 1939-1942. 1 omslag
  • 38 Stukken betreffende de regeling voor de vergoeding van reis- en verblijfskosten van de leden van het dagelijks bestuur.
    1941. 1 omslag

II.B.1 VERKIEZINGEN

  • 39 Stukken betreffende de verandering in de verkiezingsprocedure voor het bestuur.
    1795, 1801. 1 omslag
  • 40 Stembiljetten ter verkiezing van drie hoofdingelanden en een heemraad.
    1807. 1 omslag
  • 41  Besluit van koning Lodewijk Napoleon inzake de wijze van stemmen in marken, communiteiten en andere gemeenschappelijke administraties van landen en gronden, met een missive van de landdrost van het departement Amstelland daarover.
    1810. gedrukt. 1 omslag
  • 42  Missive van de Staatsraad-Gouverneur van Noord-Holland houdende verzoek om opgave door welke personen het bestuur voor 1795 werd benoemd, met een antwoord daarop.
    1819. 1 stuk.
  • 43  Lijst van stemgerechtigde ingelanden.
    z.d. (c.a. 1e helft 19e eeuw), 1910-1936, 1938-1940, 1953, 1960, 1963-1964, 1967, 1969-1970. 1 omslag.
  •  44  Processen-verbaal van gehouden stemming ter verkiezing van heemraden en hoofdingelanden.
    1910-1933, 1941, 1952-1953, 1955-1957, 1961-1975. 1 omslag.
  • 45  Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland inzake het aantal ondertekenaars van de opgave der candidaten bij te houden verkiezingen.
    1934. 1 stuk

II.B.2 DIJKGRAAF

N.B. zie ook: nrs 36, 37, 39.

  • 46 Extract uit het octrooi van de Starnmeer van 1632, gemaakt in verband met de benoeming van een nieuwe dijkgraaf.
    1743 authentiek uittreksel. 1 stuk
  • 47 Stukken betreffende benoeming tot dijkgraaf.
    1779-1881, 1916, 1919, 1928, 1935-1936, 1945-1967. 1 omslag.
  • 48 Request van Jacob Pieterzoon Groot aan Hare Majesteit de Koningin om eervol ontslag als dijkgraaf, met een concept.
    1916. 1 omslag
  • 49  Stukken betreffende het ontslag van W. Schermerhorn, K.v.d. Meer en C.J. Koster als dijkgraaf.
    1940, 1945, 1967. 1 omslag
  • 50  Besluiten van de verenigde vergadering tot vaststelling van de wedde van de dijkgraaf.
    1971, 1975. 1 omslag.
  • 51 Besluiten van Gedeputeerde Staten inzake de goedkeuring van de besluiten van de verenigde vergadering tot verhoging van de wedden van dijkgraaf en heemraden en de presentatie-gelden van de hoofdingelanden.
    1972, 1975. 1 omslag.

II.B.3 HEEMRADEN

N.B. zie ook: nrs. 35, 36, 38, 51.

  •  52  Ariërverklaring van Klaas van der Meer, heemraad.
    1941. 1 stuk
  • 53  Stukken betreffende het afscheid van C. Poppen als heemraad en hoofdingeland.
    1953. 1 omslag
  • 54 Besluiten van de verenigde vergadering tot vaststelling van de wedde van de heemraden.
    1971, 1975. 1 omslag.

II.B.4 HOOFDINGELANDEN

N.B. zie ook: nrs. 51, 53.

  • 55 Stukken betreffende ontslag als hoofdingeland.
    1885, 1905, 1916, 1940. 1 omslag
  • 56 Brief van V. Otjes aan dijkgraaf en heemraden houdende aanneming van zijn benoeming tot hoofdingeland.
    1930. 1 stuk.
  • 57  Ariërverklaring van Klaas Peek en Jan Helden, hoofdingelanden.
    1941.
  • 58  Brief van dijkgraaf en heemraden aan de commissaris der koningin houdende mededeling van de keuze van C. Booy tot hoofdingeland.
    1942. 1 stuk.
  • 59 Besluiten van de verenigde vergadering tot vaststelling van de presentatie -gelden van de hoofdingelanden.
    1971, 1975.

II.B.5 VERTEGENWOORDIGING IN OVERKOEPELENDE WATERSCHAPPEN

  • 60  Stukken betreffende de vertegenwoordiging van de Starnmeer in het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen van Kennemerland en Westfriesland.
    1885, 1909-1921, 1927, 1939, 1942, 1952, 1962. 1 omslag
  • 61  Stukken betreffende de vertegenwoordiging van de Starnmeer in het hoogheemraadschap Noord-Hollands Noorderkwartier.
    1927, 1952. 1 omslag.
II.C HULPMIDDELEN VOOR DE UITVOERING VAN DE TAAK - stukken 62 - 234

II.C.1 PERSONEEL

II.C.1.1 SOCIALE VOORZIENINGEN, RECHTEN, BEZOLDIGING

  • 62  Stukken betreffende het pensioen van het personeel.
    1918-1940, 1955, 1966, 1970-1972. 1 omslag
  • 63  Stukken betreffende de sociale verzekering van het personeel.
    1919-1937, 1942, 1943. 1 omslag
  • 64  Stukken betreffende de arbeidsinspectie inzake de werkomstandigheden in de gemalen en het aantal werkuren van het personeel.
    1928, 1934, 1936. 1 omslag
  • 65  Stukken betreffende het nieuwe ambtenarenreglement met wijzigingen.
    1931-1932, 1939. 1 omslag
  • 66  Stukken betreffende het toekennen van subsidies door het Rijk in de kosten van de centrale werkverschaffing.
    1939-1040. 1 omslag
  • 67  Besluiten van de verenigde vergadering inzake de bezoldiging van het personeel.
    1941, z.d. (c.a. 1959), 1956-1966, 1972. 1 omslag

II.C.1.2 SECRETARIS PENNINGMEESTER

  • 68 Acte van borgtocht door J.C. Bek ten behoeve van J.W. Bek als secretaris-penningmeester.
    1809. 1 stuk
  • 69 Missive van de Staatsraad-Couveneur van Noord-Holland aan dijkgraaf en heemraden houdende vragen over het dan niet aanwezig zijn van een secrataris en/of penningmeester en door wie deze voor 1795 benoemd werd, met antwoord daarop.
    1819. gedrukt. 1 stuk
  • 70 Stukken betreffende onslagen als secretaris-penningmeester.
    1870, 1920, 1942. 1 omslag
  • 71  Extract uit de notulen van de verenigde vergadering betreffende de verhoging van de borgstelling voor de secretaris-penningmeester.
    1885. 1 stuk
  • 72  Instructie voor de secretaris-penningmeester.
    1885, met eenvoudig afschrift, z.d. (c.a. 1885). 1 omslag
  • 73 Stukken betreffende benoeming tot secretaris-penningmeester.
    1885, 1914, 1943. 1 omslag.
  • 74 Brief van M. de Lange aan dijkgraaf en heemraden inzake de aflossing van een lening, groot 2.300,-, gesloten in verband met het financieel wanbeheer van de overleden secretaris-penningmeester.
    1886. 1 stuk
  • 75 Besluit van de verenigde vergadering tot verhoging van de jaarwedde van de secretaris-penningmeester.
    1921. 1 stuk
  • 76 Stukken betreffende de verzekering tegen een financieel wanbeheer van de secretaris-penningmeester.
    1934, 1939, 1943. 1 omslag.

II.C.1.3 MOLENAAR, MACHINIST EN STOKER

  • 77 Instructie voor de molenaar.
    z.d. (c.a. 2e helft 18e eeuw), 1785. enkele exemplaren gedrukt. 1 omslag.