Molen van het Kamerhop

De polder Kamerhop is een onderdeel van de droogmakerij De Starnmeer, maar is daar vanaf het begin gescheiden van geweest doordat de stad Alkmaar bij de drooglegging in 1643 een vaart bedongen had richting de stad via het kortste tracé. Kamerhop kreeg zodoende een eigen molen. Deze werd echter in 1734 gesloopt waarna Kamerhop door middel van een grondduiker onder de ringvaart door, door de molens van De Starnmeer werd bemalen. De ringvaart werd onderdeel van het Noord-Hollandskanaal dat in 1819-1824 werd aangelegd. Het beleid hierbij was dat er geen grondduikers onder het kanaal zouden komen, vanwege de diepgang van de zeeschepen. Kamerhop kreeg aldus in 1823 op rijkskosten een nieuwe molen. Deze bleef in bedrijf tot 1923 en is toen gedeeltelijk gesloopt, en bleef als woning in gebruik.


Uit: notulen van het Waterschap Starnmeer en Kamerhop

Archief Alkmaar

26 juni 1730, vijzel
Dat in de Camerhopmolen van deze jare 1730, een nieuwe vijzel en bak zal worden gemaakt. En int jaar 1731 insgelijks in de molen aant oosteijnd van de Middeltocht, in de Starnmeer.

1730
De molenaar Claes vant Overtoom is toegestaan ter zake hij met uitmalen door de gebrekkelijkheid der molen, extraordinair veel moeijte heeft gehad, een sommetje van twintig Gulden (…).

Vergadering 21 augustus 1823
“Aangaande het groot Amsterdamsche Kanaal rapporteerd de Dijkgraaf dat wegens de werkzaamheden daarvan diverse bijeenkomsten zoo met de Heer Gouverneur van NoordHolland als met den Generaal Inspecteur Blanke zijn geweest, waarvan het resultaat is geworden dat door Zijne Excellentie den Heere Staatshoofd Gouverneur van NoordHolland daartoe door Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandse Zaken en Waterstaat, zij namens Zijne Majesteit den Koning geautoriseerd ten eenren Dijkgraaf en Heemraad, zijnde de navolgende overeenkomst is gesloten op den 2e Maart 1823:

Dat Dijkgraaf en Heemraden aannemen om ten dienst van het groot Amsterdamsche Kanaal weg te nemen en te royeren, de duiker of pomp liggende van de polder Kamerhop naar de polder de Starnmeer, dwars door het kanaal en vallende midden in het verdieping werk, welke wegneming zullen geschieden ten kosten en voor rekening van de Starnmeer, en vermids door de wegneming van gezegde pomp het polder Kamerhop is verstoken van deszelfs waterloozing en men diensvolgens verpligt zal zijn daar toe andere maatregelen te nemen. Zoo verbind de ondergetekende Staatsraad Gouverneur van NoordHolland bij deezen, dat door gezegde opruiming van de pomp met de kosten daardoor vallende en het bouwen van een sufficante achtkante schroefwatermolen in de polder Kamerhop, geschikt en bekwaam tot drooghouding van de zelve polder, door of vanwegen het Gouvernement zal worden betaald aan Dijkgraaf en Heemraden, eene somma van vierentwintigduizend Guldens, in de loop van den Jare 1823, wordende eindelijk door Dijkgraaf en Heemraden aangenomen het daarstellen en onderhouden van gezegde watermolen en het drooghouden van de polder Kamerhop alles ten hunnen kosten.

De Dijkgraaf verklaart het genoegen te mogen hebben te kunnen zeggen dat tot heden alles in order is geschied en geene schade of nadelen aan de polder zijn veroorzaakt, dat wijders onder directie van den timmerbaas Willem de Gooijer een nieuwe watermolen reeds in het Kamerhop is geplaatst, welke reeds voor driekwart voltooid is, wordende de verdere arbeid daarvan dagelijks met alle spoed voortgezet, zoodat men voor de herfst hopelijk kan roeden, dezelve compleet zal zijn.

Door den Dijkgraaf is nog besteed geworden aan Willem Verschei, het opmaken van de Kamerhopstogt, voor fl 1,50 cents de voet.

Nog is bepaald dat de Molenaars voor de Starnmeer, voor het malen van het water uit het kanaal, ieder zullen genieten fl 15,-. Het fractement voor den Moolenaar in het Kamerhop is bepaald op fl 52,- ‘s Jaars.”

Extra vergadering, donderdag 9 oktober 1823
“Na korte tijd dat het collegie alhier had vertoefd, arriveerde Zijne Excellentie met de Heeren Ingenieurs Van Asperen en (…) den Heer Inspecteur te kennen, dat in gevolge de circulaire vanwegen de Starnmeer aan Zijne Excellentie den Heere Staatsgouverneur van NoordHolland, dat twee deezer geschreven tendeerende, dat vermits de nieuwe watermolen in het polder Kamerhop, thans volkomen gereed was, en na een Examinatie geschikt bevonden, tot drooghouding van die polder alzoo aan de zijde van de Starnmeer, wanneer de duiker of pomp liggende van polder Kamerhop in de Starnmeer, is weggenomen, geheel voldaan zijnde, aant contract daaromtrend met Zijne Excellentie den Heer Staatsraadgouverneur van NoordHolland geslooten het gemeld bestuur als nu aanwijzing tot de daarvoor bedwongen som van /24.000,- had verzorgt, dat Zijne Excellentie als nu de gemelde nieuwe watermolen, wenschte te zien.
Waarop Zijne Excellentie met de Heeren Ingenieur, den Heer Dijkgraaf, Heemraden en Secretaris, benevens den constructeur der molen, de baas van de Starnmeer. Willem de Gooijer, na de molen zijn gegaan, welke alvorens door Zijne Excellentie zeer nauwkeurig geinspecteerd te zij, in werking werd gebragt en zoo juist nauwkeurig bevonden wierd gemaakt te zijn, dat Zijne Excellentie Zijne bijzondere tevredenheid daarover betoonde, en met genoegen de werking dezer vijzelmolen zag, die met 72 roeden vlugt, het water ruim dertien Voet opmaald, en met zoodanig gevolg dat dezelve in een minuut 50 Ton uitsloeg.

Naar vervolg in het Starnmeerhuis teruggekeerd te zijn, onderhield Zijne Excellentie zig een geruime tijd met den baas De Gooijer, verklarende Zijn Excellentie, dat hij getoond had, een zeer kundig man in dit vak te zijn, en hem aldus den lof moest geven, van een voorbeeld voor anderen te hebben gesteld.

Extra vergadering, vrijdag 10 oktober 1823
De Dijkgraaf bericht dat tot zijn groot genoegen de vijzelmolen in het Kamerhop, niet alleen gereed is, maar zelfs meer dan men daarvan had durven verwagten, water uitmaalt, zodanig, dat dezelve ieder Minuut 50 Ton uitslaat en hetzelve ruim dertien Rijnlandsche voeten moet ophalen, waarmede den Timmerman Willem de Gooijer allen lof heeft verdiend, hetgeen op gister door den Heer Inspecteur Generaal is bevestigd, welke de molen geheel heeft geinspecteerd, waarvan behoorlijke aantekening is gehouden.