DE POLDER IN OORLOGSTIJD

Prachtig weer was het: strak blauwe hemel en een stralende zon, die morgen van vrijdag voor Pinksteren 1940. De perenbomen stonden volop in bloei; de weilanden vertoonden een mix van pinksterbloemenlila, zuring—rood en paarde— en boterbloemen— geel.

10 mei. De ochtend waarop Duitse troepen de landsgrens hadden overschreden en waarop parachutisten bij Den Haag waren gedropt. De ochtend waarop van het vliegveld bij Bergen zwarte rookslierten langs de noordwestelijke horizon dreven. De ochtend waarop Koningin Wilhelmina haar “vlammend protest tegen de voorbeeldeloze schending” van onze neutraliteit de ether in sllingerde.

Een ochtend om nooit te vergeten….

Al wekenlang, sinds de strenge mobilisatiewinter 1939-40, was het water in de sloten van de Starnmeer hoog opgezet. De polder maakte, evenals het Kamerhop en delen van de Eilandspolder en de Beemster, deel uit van de defensiering met de forten, rondom Amsterdam.

De bovenste balken van de inlaat van de inundatieduiker aan de oostelijke ringdijk waren er al maanden geleden uitgehaald. Al enkele malen was het water aan de binnenkant van de duiker woest over het veld van basaltkoppen gestroomd, de “vijver” in. Kolkend en wielend door de sloten langs de “Slaperdijk”, de Butteroordsweg, de Knollendamerweg, door de Zaandertocht. Op weg naar al die andere weg—‚ schei’— en tochtsloten 1’n de polder. Ongewoon hoog, voor de tijd van het jaar, stond het water op de avond van de 9e mei.

Vrijdag 10 mei 1940, 05.00 uur Amsterdamse tijd.
De duikerinlaat wordt van zijn laatste balken ontdaan. Terwijl Duitse eenheden de grens overspoelen, overspoelt het inundatiewater het veld van basaltkeien met woest geweld, de Starnmeer in.

15.00 uur.
De sloten staan nu vol tot aan het maaiveld. Aan de zuidkant van de Middelweg beginnen de greppels er uit te zien als glinsterende strakke linten tussen de bloeiende akkers.

Er zijn biljetten aangeplakt, aan de elektrische palen. De burgemeester verordonneert de evacuatie van het vee. Morgenochtend moeten alle koeien weg om elders te worden ingeschaard.

Zaterdag 11 mei, 07.00 uur.
Grote stukken weiland staan nu helemaal blank.

08.00 uur.
Langs de Middelweg komen, uit het oosten, de eerste koppels koelen en hun begeleiders. Bij elke poort groeit de kudde. Gestadig sjokt de groeiende stoet naar het westen, de kluft op bij Cor Poppen. Verdwijnt er tijdelijk uit het zicht om later, aan de dijk langs De Woude weer tevoorschijn te komen. Langzaam maar onverbiddelijk richting vlotbrug. Dan de Schermerdijk op. Daar splitst de kudde zich: de koeien uit de gemeente Akersloot richting Blokkerweg en Zuidervaart. Die uit de gemeente Graft richting Oostdijk. En verder. Steeds verder. Richting Schermerhorn, Avenhorn, Berkhout om dan, bij Bobeldijk links en rechts de weilanden in te worden gejaagd. Er zijn daar boeren die hun damhekken al open hebben staan.°”Kom maar, Jongens…”

Eén is er die dwars ligt en het verdomt om ook maar een vinger voor zijn benadeelde collega’s uit te steken.°”Ze lopen hier in Jullies aigen neideel’.”

Dinsdag 14 mei.
De ijsheiligen zijn tijdens de Pinksteren gekomen met een ijzige noordwestenwind over de kille watervlakte. Het is pinksterdrie‚ maar er valt niets te pinksterdrieën. De pinksterdagen zijn onopgemerkt gebleven. De Starnmeer heeft wel wat anders aan het hoofd. Hoe zal  het met de koeien gaan? En met de mannen onder de wapenen. Jan Peek, Klaas van der Meer. Ze zijn al sinds september gemobiliseerd. De familie zorgt voor hun bedrijven. Piet Poppen heeft het boerenwerk aan zijn vader moeten overlaten. Henk Booy, net klaar om na eerste oefening met groot verlof te gaan, moest blijven om meteen naar zijn mobilisatiebestemming te gaan. Zijn oudere broer Sijb moest opkomen. Maarten Rol idem. Jan Hop van de bakker op Spijkerboor ook. Kees Rol wordt tijdens de mobilisatiemaanden opgeroepen voor eerste oefening. Hij is in Den Haag gelegerd als in zijn nabijheid een kazerne door een bom wordt getroffen.

Dinsdag 14 mei.
Terwijl bij Amsterdam al dagen de olietanks aan de Petroleumhaven in brand staan en een dikke zwarte rook produceren, wordt Rotterdam getroffen door het Duitse bombardement. Generaal Winkelman kondigt de capitulatie af.

22.00 uur Amsterdamse tijd.
De inundatie stopt. De balken voor de inlaat gaan weer in de sleuven. Het heeft geen zin gehad dat ze eruit waren. Nederland is Duits bezet gebied en zal dat vijf jaar blijven.

Woensdag 15 mei.
De klok is 1 uur en 40 minuten vooruitgezet. We voeren Berlijnse tijd. Cor Schoon heeft de ketel van het stoomgemaal opgestookt. Joost Ooms assisteert met kolen tremmen per kruiwagen. 13.00 uur Berlijnse tijd worden het stoomgemaal en het elektrische gemaal in werking gesteld. De polder moet weer droog.

Zondag 26 mei.
De boeren hebben inmiddels hun koeien en ander vee opgespoord. Jaap van Amers heeft het druk met terugbrengen van de beesten, in zijn veewagen. ’s Avonds zet Cor Schoon het stoomgemaal stil. Het elektrische draait nog door.

Maandag 27 en vrijdag 30 mei.
Schoon draait weer met het stoomgemaal, mar stopt de 30e.

Zaterdag 31 mei.
Nu kan eindelijk ook het elektrisch gemaal worden stopgezet. De polder is droog. De sloten zijn weer op normaal zomerpeil. Maar het grasgewas is lang en slap en nauwelijks te maaien. Het ruikt naar verrotting, op sommige plaatsen.
De demobilisatie is begonnen. Langzamerhand komen de militairen thuis als burgers. Jan Peek is de laatste, maar allen zijn ongedeerd gebleven, gelukkig.

De Starnmeer merkt niet veel van de bezetting. Er komt een peloton Duitsers op fort Spijkerboor. Er worden sparren langs de Starnmeerdijk en een stuk Middelweg ingegraven, waar een telefoonleiding langs wordt gespannen, tot aan het erf van Klaas Reijne. Achterop het erf komt een telefoonpost, met een Duitse bewaker erbij”. Na een paar weken, in juli, wordt de wachtpost opgeheven. De telefoonlijn naar het fort wordt verwijderd.

Arbeiders van de oliefabriek “De Vrede” te West-Knollendam kunnen te werk in de veenderij, in de zuidelijke punt van het Markerveld‚ tegenover de fabriek. Er wordt turf gestoken, waar later het cunet voor de provinciale weg zal worden gegraven.

Herfst 1940.
Cornelis Booy Sz. neemt zgn “scheurplicht” over van een boer uit de Purmer. De vier morgen land achter de boerderij worden omgeploegd om met tarwe te worden ingezaaid. Een deel van het bouwland wordt benut voor de teelt van voerbieten.

Voorjaar 1941.
Andere boeren aan de Middelweg gaan eveneens over tot “scheuren” van een deel van hun land. Er worden aardappelen verbouwd, erwten, bruine bonen, tarwe en naderhand ook tuinbouwproducten.° winterwortelen, andijvie, spruitkool, mergkool (veevoer), voerbieten.
Als de eerste tarwe is geoogst, komen de “arenlezers” op de akkers. Er zijn er die met een mudzak vol aren naar huis gaan, na een dag van “lezen”.
Dan komen de eerste aardappelhalers, van de Zaan. De aardappelen worden verkocht voor 12 cent per kg. Booy krijgt een bekeuring, gevolgd door een boete van fl. 300 wegens overtreding van de economische maatregelen (leveringsplicht). De andere boeren ontspringen de dans. Enkele dagen blijven de etenshalers weg, maar van lieverlee komen ze weer. De politie laat zich niet meer zien.

Er komt in de zomer van 1941 een andere stroom op gang: de melkhalers van Krommenie en Zaanstreek. ’s Morgens voor zeven uur is het al druk langs de weg, van fietsers met grote fietstassen. Sommigen bieden als tegenprestatie producten uit eigen fabriek aan: een pakje stijfsel, een fles slaolie. Of diensten.‘ het wikkelen van een elektromotor. Een metaalarbeider komt spontaan met een paar zelfgemaakte zinken trechters, waardoor de melk wat sneller in de flessen loopt dan door het nauwe keukentrechtertje. De melk wordt algemeen verkocht voor een kwartje de liter. Afgeroomde melk twee dubbeltjes.
’s Middags tegen vieren wordt het opnieuw druk van de melkhalers.

In de zomer van 1941 komen voor het eerst Rotterdamse kinderen – door bemiddeling van de Ned. herv. kerk – naar het platteland. Ook in de Starnmeer komen er enige, gedurende zes weken zomervakantie. Er zijn er die elk jaar mogen terugkomen en daar graag gebruik van maken, om aan het eind van de zomer enige kilo‘s zwaarder naar de Maasstad terug te keren.

De oorlog is ver weg, maar soms ook dichtbij. Op een late vrijdagavond, terwijl een vliegtuig rondjes draait boven de polder, vallen er opeens twee bomen op het land tegenover “Kikkersteijn”. Twee kraters en twee grote bulten aarde zijn het resultaat.

De oorlog wordt merkbaarder als na 7 december 1941 Amerika erbij betrokken is geraakt. De nachtvluchten van Britse bomenwerpers over Noord-Holland nemen toe. Na verloop van tijd vertonen Amerikaanse bommenwerpers zich overdag en zijn we in de Starnmeer getuigen van luchtgevechten op afstand
In 1943 zijn overdag 800 tot 1000 overvliegende Amerikaanse bommenwerpers (“Vliegende Forten” en “Liberators”) in een uur tijds weldra geen zeldzaamheid meer. Zelfs een aantal van 1200 in vijf kwartier wordt gesignaleerd.

Op een vrijdagmiddag tuimelen, tijdens zo’n vlucht, op het bouwland van Booy twee lege benzinetanks uit de lucht. Hulptanks, van jagers, als aanvulling op de tanks in de vleugels, tijdens de bombardementsvluchten, die inmiddels tot diep in Duitsland gaan. De twee tanks, van dun plaatstaal, hebben een inhoud van ca. 350 liter. Ze worden door Zaanse melkhalers bewonderd als reliquieën.

Later kijkt niemand meer op van dergelijke verrassingen uit de lucht. Er vallen af en toe ook veel grotere, Sigaarvormige hulptanks uit de lucht, van 1000 liter inhoud en gemaakt van geperst papier, met een plastic “voering” en multiplex tussenschotten, met uitsparingen. Die tanks zijn van bommenwerpers afkomstig en worden afgeworpen zodra ze leeg zijn.

Eind december 1943, op een nevelige middag, terwijl Amerikaanse bommenwerpers van een raid naar Duitsland terugkeren, dreunt de Starnmeer van bommen die in het land van Klaas van der Meer terechtkomen. Het vliegtuig dat ze afwerpt, is aangeschoten en zal uiteindelijk in de buurt van Beverwijk neerstorten. Een van de boordschutters landt aan zijn parachute in de Wouderpolder. Gevaarlijk, want De Woude zit vol onderduikers, onder wie ook joodse. Pieter Helder stelt telefonisch burgemeester Van den Heuvel op de hoogte. Deze komt tegen vijven de Amerikaan halen om hem over te leveren in krijgsgevangenschap. Hij valt immers onder de bescherming van de Geneefse Conventie… De Woude haalt verlicht adem. Er komen geen Duitsers naar het eiland om te zoeken naar meer…

Januari 1944.
De oorlog woedt, op grote afstand en in de lucht onverminderd door.

Februari 1944.
Er doen geruchten de ronde dat de Duitsers van plan zijn delen van Noord-Holland onder water te zetten. De geruchten nemen, via overlevering op het bureau van Jansen te Stompetoren, de PBH (plaatselijk bureauhouder) van de provinciale voedselcommissaris voor Noord-Holland, angstwekkende vormen aan. Dan komen de officiële mededelingen, via de burgemeesters. Er is geen twijfel aan. “De mof”, beducht voor een invasie en geplaagd door allerlei kleine sabotages, besluit tot een strafmaatregel: Starnmeer en Kamerhop, Oostwoude, Westwouderpolder, het deel van de Eilandspolder tussen Oost-Graftdijk en De Rijp, de Beemster ten zuiden van de Volgerweg en ten oosten van de Purmerenderweg worden onder water gezet.

21 februari 1944.
Cor Schoon laat voor het laatst het elektrisch gemaal draaien.

 

 

There are no photos that match your search criteria.

 

 

7 maart 1944.
De Duitsers zijn met inundaties begonnen. Het water zoekt bij de duiker aan de Oostdijk weer woest zijn weg over het keienveld‚ de sloten en de polder in. Mensen die er bij staan te kijken, zien soms hoe snoeken tegen die stroom in “staan” en dan ineens zich met een grote boog laten meeslepen door die stroom.

12 maart.
De duiker gaat weer dicht. Het water staat inde polder 1,10 meter boven normaal zomerpeil.

5 april.
Cor Schoon maalt weer, om het waterpeil van 1,16 tot 1,10 boven zomerpeil te brengen.

De bewoners van de Middelweg zijn allemaal geëvacueerd. De meesten al sinds eind februari. De “dijkboeren” kunnen blijven en houden “droge voeten”‚ maar ze hebben geen droog land meer. Het vee is elders ingeschaard, of op stal om met dijkgras te worden gevoerd.
Er komen regelmatig Duitse patrouilles langs en in de polder, voor zover de wegen nog – per fiets – begaanbaar zijn. Otto, een “watermof” die in De Rijp is ingekwartierd, geniet zowaar een zekere populariteit. Hij is geen nazi en houdt niet van oorlog.

In een verlaten boerderij aan de middelweg wordt clandestien kaas gemaakt op grote schaal. Ook de botermakerij tiert er welig. In een nog niet verlaten hoeve worden eveneens dergelijke clandestiene activiteiten verricht, zei het op minder grote schaal. De CCD (Centrale Controledienst) heeft er lucht van gekregen. De eigenaar van de verlaten clandestiene kaasboerderij komt toevallig een stel duidelijk herkenbare CCD’ers tegen, vermoedt wat hem boven het hoofd hangt en keert zijn fiets om met grote snelheid – langs een andere route dan de CCD-mannen – de polder in te fietsen terwijl hij een hoge zuil van inundatie-water om zich heen veroorzaakt.

In het voorbij gaan waarschuwt hij nog zijn achtergebleven collega. “We krijgen controle” en spoedt zich verder naar eigen hoeve. Daar kiept hij de romende melk te water, laadt de aanwezige kaasvoorraad in een gereedliggende roeiboot en roeit zo snel en zo ver mogelijk weg voordat de controleurs hem hebben kunnen bereiken.

De gewaarschuwde collega krijgt hen wel op bezoek, voor hij zijn clandestiene zuivelproducten kan verdonkeremanen. Hij loopt een dikke boete op. De boer-in-de-waterzuil ontspringt de dans…

10 juni 1944.
De Duitsers nemen een paar onderdelen mee van het stoomgemaal en van het elektrisch gemaal, zodat deze definitief niet meer kunnen draaien. Regen èn verdamping houden het peil vrijwel stationair. 5 juni is de invasie in Normandie begonnen.

30 augustus 1944.
De geallieerde opmars in Frankrijk gaat voorspoedig. De Duitsers laten weer water in, via de inundatieduiker. Het water in de Starnmeer komt op 1,30 meter boven zomerpeil. Het is streng verboden zich in het inundatie-gebied te bevinden. Er rondom heen wordt gevist, op snoek.

5 september 1944.
“Dolle Dinsdag”

 

 

 

 

 

 

9 oktober 1944.
Elektriciteit voor particulieren wordt afgesloten.

28 oktober 1944.
Het water in de Starnmeer staat, tengevolge van regenval en het niet meer kunnen draaien van de gemalen, tot 1,60 meter boven zomerpeil. In de boerderijen aan de middelweg staat het water nu overal in huis, in sommige zelfs tot aan of zelfs boven de vensterbanken.
De leuning van het bruggetje achter het gemal staat juist onder water.

Bruggetje aan de achterzijde van het gemaal.

Duitse patrouilles hebben zich al geruime tijd niet meer laten zien. Cor Schoon gaat naar De Rijp en meldt zich bij de waarnemend (NSB-) burgemeester C.L.C. de Boer. “Ik kom de onderdelen van de machines halen, want ik ga draaien”. De Boer geeft ze zonder tegensputteren.
Hoewel Schoon clandestien met de elektrische pomp kan draaien zodra het donker wordt, zodat niemand schuim of kolken kan zien in de uitstroom, in het kanaal, verliest hij toch “terrein”. De overvloedige regen van november doet zelfs de droog gebleven Graftermeerpolder gestadig in een watervlakte veranderen.

2 december 1944.
Cor Schoon heeft de elektrische pomp opnieuw aangezet. Deze draait nu constant, slechts onderbroken door de zgn. “sperr-uren”.
Midden december.
Uilke Woudhuizen en Aetse Hiemstra beleven een urenlang avontuur op de Starnmeer in nachtelijke mist. Ze brengen twee Italiaanse deserteurs naar “De Ceres”, maar raken in de mist verdwaald met hun roeiboten. Pas na uren bereiken ze de Middelweg en vinden dan “De Ceres”, waar de Italianen het eind van de oorlog willen afwachten.

’s Zaterdags voor kerstmis begint het streng te vriezen. De Italianen worden door Woudhuizen uit hun koude schuilplaats gehaald om de rest van de oorlog door te brengen op zijn evacuatie-adres, het “grote” groene kippenhok van Piet Bankersen aan de Groenedijk in de Kogerpolder. Die behuizing dient ook de famillie Ko Al (van de boerderij” aan de Graftdijkerweg) tot onderkomen.

Eind december.
Terwij er een op schaatsen goed begaanbare ijsvloer op de Starnmeer ligt, worden er bomen gezaagd door de eigenaars, op hun eigen erven. De bomen worden ter plaatse in moten gezaagd en over het ijs gesleept naar de dijk om daar per slee naar het evacuatie-adres te worden vervoerd voor de verwerking tot brandhout. Het nog natte iepenhout droogt achter de kachel. Eenmaal daarin laat het nauwelijks as achter. Midden januari nog zo’n vorstperiode met bruikbaar ijs voor zo’n brandstofexpeditie.

Inmiddels is langs de Markerdijk en langs de “Vuurlijn” een dagelijkse onafgebroken stroom van etenshalers op gang gekomen, van de Zaanstreek, Amsterdam en elders. Jan Hop en Klaas Rood, op de pont van Spijkerboor‚ de brugwachters van de (kapotgevaren) vlotbrug met hun pontje, varen van zonsopgang tot zonsondergang heen en weer over het kanaal. Bij elke overtocht staan de vaartuigen vol met mensen, met al of niet gammele fietsen, handkarren, kinderwagens en wat er nog meer kan rijden om etenswaren te vervoeren. De pontschippers hebben aan het eind van de dag een emmer vol zinken geldstukken.
Bij de pont van Spijkerboor staat soms de CCD klaar om het met moeite verkregen voedsel in beslag te nemen. Jan Hop heeft er een waarschuwingscode op gevonden: als de schuifdeur van zijn schuur op een kier staat, is de kust veilig. Is de deur dicht, dan is het zaak door te rijden of te lopen wegens gevaar van inbeslagneming.

Rondom de Starnmeer staat het dagelijks zwart van de snoekers. De jonge snoeken blijken hongerig en happen zelfs gretig in de afgesneden staart van een zojuist gevangen voorganger. Ze zijn ca 40 cm lang en moddervet. Welkome aanvulling op het steeds kariger wordende dagrantsoen. Mits… je beschikt over wat bakolìe. Er zijn hengelaars die per dag met zo’n 60 à 70 snoeken naar huis gaan. Voor het eigen gezin en voor de handel…

 

 

Maart 1945.
De zon krijgt meer kracht. Piet Poppen vertelt dat gedurende een periode van mooi weer het water per dag een centimeter zakte. Hij weet niet dat Cor Schoon het elektrisch gemaal dag en nacht – tussen de sperr-tijden door – laat draaien.

Half maart.
Er komen stukken Middelweg weer droog te liggen. Vloeren van sommige behuizingen zijn weer droog, maar liggen vol slik. Er wordt geschept en geschrobd en provisorisch schoongemaakt. Al maanden is er geen Duitser meer in de omtrek gezien.

5 april.
Er is nu helemaal geen elektriciteit meer. Cor Schoon kan niet meer malen. Maar de Middelweg is droog, op het oostelijk en westelijk eind na. De Graftdijkerweg is weer begaanbaar per fiets. De snoekvissers maken er al een week gebruik van.

Midden april.
Er wordt op een avond rook gesignaleerd uit de schoorsteen op de boerderij van Booy. Graftdijkers die het duidelijk zien roken, melden het bij de familie Booy, die in een huisje naast de sluis van West-Graftdijk woont, sinds het begin van de inundatie.

Eind april. 
Alles wijst er op dat de oorlog nu snel zal aflopen. Er komen voedseldroppings, wordt op aanplakbiljetten aangekondigd. En inderdaad: 30 april en volgende dagen daveren Amerikaanse bommenwerpers op 100 à 200 meter hoogte over, voor deze missie, de “operatie Manna”.

Het dagelijks bestuur van de Starnmeer verordonneert dat er bomen moeten worden gezaagd, langs de Middelweg, om de stoomketel van het gemaal te kunnen stoken. Een legertje bomenzagers – boeren en hun personeel – gaat dagelijks de polder in met trekzagen en bijlen. Er wordt een praam de polder in gebracht om het hout naar het gemaal te vervoeren.

Het bomenzagen gaat af en toe wat te wild: omvallende stammen sleuren met hun takken de (stroomloze) elektriciteitsdraden mee, aan stukken. De boer-van-de-waterzuil speelt er haantje de voorste. °Goed zo jongens, hatsjee…”
Hij had een proces gewonnen tegen het polderbestuur dat zijn bomen al in vroeg stadium had gevorderd. Maar, gewonnen of niet, het polderbestuur had hem de pen op de neus gedrukt. “Je levert evengoed die bomen èn je betaalt de proceskosten, anders krijg je de ondergrondse op je dak.”
Hij had toegestemd. Het kapot-trekken van de elektrische leiding is zijn wraak…

4 mei 06:00 uur.
Cor Schoon begint met het opstoken van de stoomketel. Met steenkool en met bomenhout. De kolenloods is in de afgelopen winter een keer bezocht en opengebroken door een kolendief. Sedertdien is er burgerwacht bij gehouden. De kolenvoorraad was al niet groot. Maar nu, met het iepenhout erbij, zal de polder er wel mee droog gemaakt kunnen worden, volgens schattingen.

13:00 uur.
Cor Schoon kan het stoomgemaal in werking stellen. Joost Ooms is ook weer van de partij. En verder een legertje zagers en hakkers. Elke minuut gaat er 60 kubieke meter water de polder uit, zolang het grote gemaal draait.

Vrijdag 5 mei.
De Duitse capitulatie in Nederland is een feit.
We zijn weer vrij! Wéér een mei-vrijdag waarop de zon opklimt aan een wolkeloze hemel.
Over het water van de Starnmeer komt een praam vol mensen. Sommigen zijn in Duits uniform. Ze zingen uit volle borst. Het klinkt prachtig, meerstemmig over het stille water. Ze zingen als een Russisch koor. Het is een Russisch soldatenkoor. Nee, een Georgisch partisanenkoor. Hun vaartocht over het water, gevolgd door hun mars over de dijk, richting vlotbrug, brengt de oplossing van het raadsel van de rook uit de schoorsteen van Booy’s boerderij. Daar, in die boerderij, hebben ze de laatste drie weken van de oorlog doorgebracht, na hun desertie uit het Duitse leger en hun aansluiting bij de KP van Schoorl. Nu marcheren ze, met hun Schoorlse kameraden, in vrijheid naar de Schermerdijk, van waar een vrachtauto hen zal vervoeren naar de boerderij van Van Splunter, aan de Noordervaart.

En Cor Schoon maalt en maalt. Het water in de polder zakt langzaam maar zeker. Totdat 13 mei noodgedwongen de machine moet stoppen. Het is wéér pinksteren. De houtzagers en de hakkers zijn thuisgebleven. De boer-van-de-waterzuil had het gezegd:” Jongens, we stoppen, morgen is het pinkster…”
De mannen van de B.S. (binnenlandse strijdkrachten) wisten hem en de andere zagers te vinden: “Zagen! en wel onmiddelijk of je kunt alsnog het kamp in…”
Het vuur wordt weer opgerakeld. De pomp kan weer draaien.

23 mei.
Er is weer elektriciteit voor het kleine gemaal.

28 mei.
Het stoomgemaal kan worden stopgezet. De poldersloten liggen vol prut. Ook de wegsloten zijn goeddeels dichtgeslibd. Maar het kleine elektrische gemaal met zijn capaciteit van 30 kubieke meter per minuut kan het nu verder wel aan.

 

 

 

Juni 1945.
De geëvacueerde inwoners keren de een na de ander terug. De polder ziet er kaal uit. Geen gras. Geen bomen meer langs de Middelweg.
Er komen elke dag arbeiders, van de Zaan. Sloten uitbaggeren voor de DW (Dienst Uitvoering Werken). Er komen technici van het PEN, het elektriciteitsnet repareren. De chef van de ploeg komt in de kost bij de boer-van-de-waterzuil. Een week later is hij de eerste die weer “stroom in huis” heeft…
Midden Juni.
De polder is nu twee weken droog. Over de grauw-grijze vlakte die in de warme… zomerzon ligt te blakeren, groeit heel laag nog, maar onstuitbaar, een dunne groene voile van fijne grassprietjes. Een godswonder: na ruim een jaar te zijn verzopen geweest door menselijk geweld, wordt de polder herboren. De natuur laat zich niet verzuipen…
Zo moeten de polderjongens het hebben gezien in 1643, toen de polder voor het eerst droog viel.

Zo hebben wij het gezien, toen de polder weer droogviel, na vijf jaren van bruut, zinloos geweld, die begonnen op die dag vol zon, met pinksterbloemenlila, zuringrood en paarde- en boterbloemengeel in de polder.
Om nooit te vergeten.


Bron: de oorlogsnotities van wijlen mevr. C.Schoon-Ruiter.